(Dit is een ‘commentaar’ in het kader van het onderzoek naar Malinostudenten).
Eind 2025 hebben Henk Smeets en Fridus Steijlen een actualisatie gepubliceerd van hun boek ‘In Nederland gebleven’ over de geschiedenis van de Molukse gemeenschap. De eerste versie verscheen in 2006 naar aanleiding van de herdenking dat de grote groep KNIL-Molukkers in 1951 naar Nederland waren gekomen.
Nu, bijna 25 jaar later, een actualisatie met de ondertitel ‘De geschiedenis van Molukkers 1951-2025‘. 1
‘In Nederland gebleven laat op voortreffelijke wijze zien dat de geschiedenis van de Molukkers geen statisch verhaal is dat eindigt bij de aankomst in Nederland in 1951 of bij de eerste jaren hier, maar springlevend is en zich nog steeds ontwikkelt. Deze heruitgave is daarom veel meer dan een herdruk – het is een noodzakelijke actualisering van ons collectieve verhaal.’
– Henry Timisela, directeur van Museum Maluku, Den Haag 2

Het oorspronkelijk boek uit 2006 kon dankzij een subsidie door het Museum Malaku gerealiseerd worden. Toen is ook besloten om deelonderzoeken uit te voeren naar onderwerpen die tot dan toe niet of onvoldoende waren onderzocht. Dat heeft met name geleid tot de publicatie ‘Andere verhalen’ (met voorwoord door Smeets en Steijlen). 3 Deze publicatie besteed ca. tien bladzijden aan Malinostudenten en is daarmee de meest uitgebreide publicatie over Malinostudenten. In de publicaties van Nan de Lima4 en Wies van Groningen5 wordt vanuit een persoonlijk perspectief ook aandacht geschonken aan Malinostudenten. Door Smeets & Steijlen wordt naar de boeken van De Lima en Van der Mee & Tomasouw wel verwezen, naar het boek van Van Groningen niet.
In het 2025 boek van Smeets & Steijlen worden Malinostudenten in twee alinea’s genoemd. De eerste keer (p. 101) kort de indicatie dat er ca. twintig Molukse Malinostudenten zijn geweest. 6 De tweede keer (p. 118) dat Malinostudenten een belangrijke ondersteunende rol hebben gespeeld bij de beginperiode van het Bureau Zuid-Molukken. 7
Een belangrijke vraag die door Smeets & Steijlen wordt aangesneden is in hoeverre er (bij de latere generaties) sprake is van integratie (in de Nederlandse maatschappij). In hoofdstuk 14 worden een aantal personen als voorbeeld genoemd (p. 471 e.v.). Hier wordt ook burgemeester Joost Manusama genoemd. Van hem is bekend dat hij zoon is van een Malinostudent. Hij is daarmee in Nederland waarschijnlijk de meest bekende ’tweede generatie Malinostudent’. NB van de meeste Molukse Malinostudenten is nog onduidelijk wat er van hen geworden is.
- Smeets, H. & Steijlen, F. (2025). In Nederland gebleven :
De geschiedenis van Molukkers 1951-2025. Walburg Pers. ↩︎ - Walburg Pers. In Nederland gebleven. Geraadpleegd 2 mei 2026, https://www.walburgpers.nl/nl/book/9789464564402/in-nederland-gebleven ↩︎
- Mee, T. van der & Tomasouw, D. (2005). Andere verhalen : Molukkers in Nederland met een andere aankomstgeschiedenis of beroepsachtergrond dan de KNIL-groep van 1951. Moluks Historisch Museum. ↩︎
- Lima, J.J. de (1998). De kracht van de specerij : een hutkoffer vol herinneringen. Bintang. ↩︎
- Groningen, W. van (2021). Vertellingen uit een koloniaal verleden. [geen uitgever]. ↩︎
- ‘Verder was er een groep studenten die met een zogenoemde
Malinobeurs in Nederland studeerde. Een deel van hen had partij gekozen
voor de rms en wilde daarom niet terug naar Indonesië. Exacte aantallen
van deze ‘nieuwkomers’ zijn niet te geven. Men schat de groep Molukse
Malinostudenten die in Nederland bleef op ongeveer twintig personen. Van
hen zouden later G.J. da Costa, J.J. de Lima, N.P. Ririassa, J. Syatauw, H. Tan
en P.J. Tatipikalawan bekendheid krijgen’.
In het boek van Van der Mee & Tomasouw is een bijlage opgenomen met 47 Molukse Malinostudenten. Van niet al deze 47 studenten is echter duidelijk of ze daadwerkelijk Malinostudent waren. In die zin lijkt de schatting van Smeets & Stijlen beter, maar er is geen toelichting. ↩︎ - ‘Al voordat de Molukse ex-knil-militairen in Nederland arriveerden,
was hier het Bureau Zuid-Molukken (bzm) actief. De irritatie van het kabinet over dit bureau kwam al ter sprake. bzm had tot taak de Algemeen
Vertegenwoordiger (Wakil Umum) van de rms, dokter J.P. Nikijuluw, te
ondersteunen. Het werd tot dan toe voornamelijk gerund door Molukse
Malinostudenten en leden van de delegatie-Aponno.’
In het boek van Van der Mee & Tomasouw wordt dit uitgebreider beschreven en wordt aangegeven dat door de onenigheid over de richting van het Bureau Zuid-Molukken de Malinostudenten afstand hebben genomen: ‘Ze storten zich volledig op hun studie, werk en carrière’. ↩︎

Geef een reactie